Holsteyn, Cornelis Pietersz (1618 - 1658)
Holsteyn was een zoon van de uit Sleeswijk afkomstige tapijtontwerper en graveur
en toenmalige stadsglazenier van Haarlem Pieter Pietersz Holsteyn I (ca. 1585-1662.
Zijn oudere broer Pieter Pietersz Holsteyn II (Haarlem ca. 1614-1673 Amsterdam)
was schilder, graveur en glazenier. In opdracht van de Amsterdamse regent Reynier
Pauw schilderde Cornelis omstreeks 1645 diens gezin met zijn buitenplaats Westwijck
in de Purmer op de achtergrond. In 1647 betaalde het bestuur van het Oudemannenhuis
in Haarlem 'aen de Soon van Holsteyn' 200 gulden voor het schoorsteenstuk 'De
arbeiders in de wijngaard'. Uit een notariële verklaring uit 1647 blijkt dat Cornelis
en zijn broer Pieter toen in Amsterdam woonden. In Amsterdam kreeg Cornelis verschillende
opdrachten voor decoratief schilderwerk. Zo beschilderde hij in 1654 het plafond
van de Weeskamer in het nieuwe, door Jacob van Campen
gebouwde stadhuis. Tevens leverde hij voor dat vertrek het schoorsteenstuk met
de voorstelling van 'Koning Ly-cur-gus die zijn neefje presenteert als zijn opvolger',
waarvoor de poeet Jan Vos het onderschrift dichtte. Voorts beschilderde hij het
plafond van de regentenkamer van het verbouwde Burgerweeshuis en voor de regentenkamer
van het Oudezijds Huiszittenhuis maakte hij plafondstukken in grisaille.
- Venus en Amor bewenen de dode Adonis, ca. 1655