Beuys, Joseph (1921 - 1986)
Na in de oorlog als Luftwaffe-piloot boven onder meer Rusland actief te zijn geweest, koos Joseph
Beuys in 1945 voor de kunst. Van 1947 tot 1951 volgde hij een opleiding tot beeldhouwer aan de
kunstacademie van Düsseldorf. In de jaren '50 onstonden duizenden tekeningen, waarbij hij de meest
uiteenlopende materialen gebruikte en de meest voorkomende thema's de vrouw, dieren en
mythologische onderwerpen waren. Na een mentale crisis in 1955-56 ontwikkelde Beuys een eigen
kunstopvatting. In dit kunstbegrip was het leven kunst en de kunst het leven. Vanuit die
gedachte was dan ook iedere mens een kunstenaar.
Belangrijk binnen Beuys' oeuvre zijn het gebruik van materialen als vet, vilt, koper en was en motieven
als het hert en de haas. Zowel de materialen als de motieven hadden voor hem een strikt persoonlijke
betekenis. Met zijn acties, installaties, tekeningen, sculpturen, discussies en politieke stellingname trachtte
Beuys tegenpolen met elkaar te verzoenen en te confronteren: warm en koud, noord en zuid. Zijn
uiteindelijke doel was de 'soziale Plastik', de maatschappij als kunstwerk. Beuys' gedachtenwereld, door
hem zelf als kunstwerk betiteld, werd vooral beïnvloed door de Duitse Romantiek,
natuurvolkeren en de antroposofie.
- Wille, Gefühl, Form, 1980
- Grond, 1980-1981