Campen, Jacob van (1596 - 1657)
Op 2 februari 1596 werd Jacob van Campen in Haarlem geboren als zoon van een koopman.
De schilder-architect Van Campen beschikte door zijn gegoede afkomst over uitstekende
connecties in het zakelijke en culturele milieu van Amsterdam en Haarlem. Over
zijn leertijd is niets bekend. Lange tijd werd aangenomen dat Frans Pietersz de
Grebber zijn leermeester was en ook Pieter Paul Rubens
is door enkele 18de- en 19de-eeuwse biografen als leermeester genoemd, maar hiervoor
is geen bewijs. Evenmin is een reis naar Italië zeker, die Van Campen volgens
Houbraken gemaakt zou hebben. In 1614 werd Van Campen als meesterschilder ingeschreven
bij het Haarlemse St. Lucas-gilde. Hij erfde in 1625 het landgoed Randenbroek
bij Amersfoort beleend. Sindsdien wordt hij in documenten vaak aangeduid als 'Heer
van Randenbroek'. Vanaf de vroege jaren 1630 werd Randenbroek zijn thuisbasis.
In 1625 kreeg Van Campen in Amsterdam zijn eerste bouwop-dracht; deze vormde het
begin van vele opdrachten. Zijn belangrijkste bouwwerk was het Stadhuis op de
Dam in Amster-dam, waarvoor in 1648 de eerste steen werd gelegd. Een con-flict
met de Amsterdamse burgemeesters leidde er echter toe dat Van Campen in 1654 zijn
werkzaamheden staakte. In Den Haag zorgde zijn in 1632 begonnen vriendschap met
Constantijn Huygens ook voor veel opdrachten. Behalve een huis voor en in samenwerking
met Huygens zelf (1634-1637), bouwde hij er het Mauritshuis (1634-1644) voor Johan
Maurits van Nassau-Siegen. Via Huygens, de secretaris van stadhouder Frederik
Hendrik, verkreeg Van Campen ook opdrachten aan het hof. Voor diverse stadhouderlijke
paleizen ontwierp hij de decoratieprogramma's. Met Huygens gaf hij van 1647 tot
1652 leiding aan het decoratieprogramma van de Oranjezaal in Huis ten Bosch. Naast
zijn activiteiten als architect bleef Van Campen ook schilderen, bijvoorbeeld
alle grote doeken voor Huis ten Bosch. Zijn bewaarde oeuvre is echter klein; vermoedelijk
was hij als schilder weinig productief.
- Mercurius, Argus en Io, ca. 1635