Everdingen, Caesar Pietersz (Bovetius) van (ca. 1617 - 1678 )
Caesar Pietersz van Everdingen, die zich ook wel Caesar Bovetius van Everdingen
noemde, werd omstreeks 1617 geboren in Alkmaar. Zijn jongere broer Allard (1621-1675)
werd landschapschilder. Al in 1628 en 1629 werd Caesar 'schildersgesel' genoemd;
hij was toen ongeveer twaalf jaar oud. Drie jaar later, in 1632, werd hij in Alkmaar
lid van het St. Lucasgilde. Zijn vroegst bekende werkstukken zijn de portretten
van zijn ouders uit 1636. In 1641 schilderde hij de officieren van de Oude Schutterij
van Alkmaar, zijn eerste officiële opdracht. Omstreeks 1640 kwam Caesar in contact
met Jacob van Campen, die toen de orgelkast en de luiken
van het nieuwe orgel in de Grote Kerk te Alkmaar ontwierp. Caesar kreeg opdracht
de voorstellingen op de orgelluiken uit te voeren. In de periode 1642-1643 werkte
hij anderhalf jaar in Van Campens huis Randenbroek bij Amersfoort. In die tijd
was hij daar gildelid. Caesar verhuisde in 1648 van Alkmaar naar Haarlem, waar
hij samen met zijn broer toetrad tot de Schutterij van St. Joris. Hij woonden
in de Grote Houtstraat. In 1651 werd Caesar lid van het Haarlemse St. Lucasgilde.
Tussen 1648 en 1651 leverde hij drie schilderijen voor de Oranjezaal in Huis ten
Bosch in Den Haag In 1658 keerde hij na een verblijf van tien jaar in Haarlem
terug naar Alkmaar, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen. Tijdens een verblijf
in Amsterdam veroorzaakte Caesar op een avond in juli 1661 enige opschudding door
voor het huis van een neef van hem zijn verwant uit te schelden voor 'uyt-suyper'
(parasiet, uitzuiger). Caesar van Everdingen werd in 1678 in de Grote Kerk te
Alkmaar begraven.
- Vier muzen en Pegasus op de Parnassus, ca. 1648/50
- Diogenes zoekt een mens, 1652
- Jupiter en Callisto, 1655
- Bacchus en Ariadne op Naxos, 1660
- Amor met glazen bol, ca. 1660
- Lycurgus demonstreert het belang van de opvoeding, ca. 1660/62
- Nimfen bieden de jonge Bacchus vruchten en wijn, ca. 1670/78