Lairesse, Gerard
(1640 - 1711) Gerard ontving zijn schildersopleiding (en ook lessen in muziek
en poëzie) van zijn vader Reinier Lairesse, tezamen met zijn drie broers. Zijn
vader legde zich in de loop van zijn carrière steeds meer toe op het imiteren
in verf van marmer en andere steensoorten. In 1660 vertrok Gerard Lairesse voor
een korte periode naar Keulen. Hij zou aldaar een 'Martyrium van de heilige Ursula'
hebben geschilderd en daarmee dermate de jaloezie van zijn collega's hebben opgeroepen
dat hij gedwongen was naar Luik terug te keren. In 1664 was hij genoodzaakt te
vluchten in verband met een uit de hand gelopen liefdesaffaire; hij vestigde zich
in Utrecht. Al gauw werd zijn talent ontdekt door de Amsterdamse kunsthandelaar
Gerard Uylenborgh. Toen deze, aldus Houbraken, enkele schilderijen van Lairesse
onder ogen kreeg, vertrok hij diezelfde dag nog naar Utrecht 'om dat die Haas
hem niet ontslippen zoude'. Lairesse toonde zijn vaardigheid aan Uylenborgh door
in een halve dag een 'Kintje, 't Maria en Josefs tronietje en een Ossekopje' te
schilderen, waarbij hij zijn penseel en palet af en toe verwisselde voor een viool
om nieuwe inspiratie op te doen. Lairesse werkte slechts kort voor de Amsterdamse
kunsthandelaar, waarna hij een eigen 'winckel' begon. Hij bouwde een buitengewoon
productief en succesvol atelier op. In het huis van Lairesse vonden de bijeenkomsten
plaats van het geleerde literaire genootschap 'Nil volentibus Arduum'. Hij illustreerde
ook een aantal boeken. Tot zijn opdrachtgevers behoorden behalve belangrijke Amsterdamse
regenten ook stadhouder Willem III. Daarnaast maakte hij schilderijen voor Amsterdamse
overheidsinstellingen en schilderde hij diverse decors voor de schouwburg van
de hoofdstad. Eind 1689 begon zijn gezichtsvermogen af te nemen. In het daaropvolgende
jaar werd hij volkomen blind. Noodgedwongen moest hij de kost verdienen met het
geven van lessen in de kunsttheorie. Zijn ideeën publiceerde hij met behulp van
zijn zonen in twee tractaten: Grondlegginge ter teekenkonst (1701) en Groot schilderboek
(1707). Deze werken hadden veel invloed en werden in tal van talen vertaald.
- Diana en Endymion, ca. 1680
- Achilles wordt ontdekt tussen de dochters van Lycomedes, ca. 1685