Moreelse, Paulus (grote afb: 35 K)
Moreelse, Paulus
Vertumnus en Pomona, ca. 1630
olieverf op doek, 130 x 114 cm.

Moreelse's schilderij geeft een verhaal weer uit Ovidius' Metamorfosen. Vertumnus, de god van de seizoenen, probeert in de gedaante van een oude vrouw, de kuise nimf Pomona, die zich geheel wijdt aan het verzorgen van tuinen, aan te zetten om haar afkeer van mannen te laten varen. Daarvoor had hij reeds in vele andere vermommingen geprobeerd Pomona te benaderen, maar verkleed als oude vrouw lukt het hem uiteindelijk om haar te spreken. Na haar uitbundig complimenten te hebben gemaakt over de mooie tuin, wijst hij naar een wijnrank met druiventrossen die door een boom wordt gestut. Hij merkt op dat zonder deze wijnrank de boom met niets anders zou kunnen pronken dan met zijn bladeren en dat de wijnrank zonder de boom kwijnend op de grond zou liggen. Vervolgens vergelijkt hij de boom en de wijnrank met de man en de vrouw die elkaar onderling nodig hebben en houdt een vurig pleidooi voor het huwelijk. Als geschikte kandidaat voor Pomona prijst hij zichzelf, Vertumnus, aan, die, zo zegt hij, meer dan ieder ander de door Pomona verzorgde vruchten waardeert. Wanneer Vertumnus ook met het droevige verhaal over Iphis en Anaxarete - waarin onverschilligheid in de liefde tot een tragisch ongeluk leidt - Pomona niet kan overreden, neemt hij zijn oorspronkelijke gedaante aan, met de bedoeling om zijn zin met geweld door te drijven. Dit blijkt echter niet nodig, de schoonheid van de jonge god maakt zo'n indruk op Pomona dat zij zich direct gewonnen geeft. Hoewel de versierpoging van Vertumnus niet direct zichtbaar is in het schilderij, slaagt zijn poging uiteindelijk wel.
De blik van Pomona is overigens niet gericht op Vertumnus maar op de toeschouwer. Door dit verleidelijke oogcontact en door haar diepe décolleté biedt zij zichzelf - net als de tros druiven die zij in haar hand houdt - als het ware aan de toeschouwer aan. Hiermee lijkt Moreelse een extra betekenislaag aan het schilderij te hebben toegevoegd, die weliswaar nauwelijks aansluit bij de strekking van het verhaal van Ovidius, maar die wel aan Pomona een plaats geeft tussen Moreelse's herderinnen, Venus-figuren en jonge vrouwen met spiegels. Deze voorstellingen met jonge, lonkende vrouwen hebben duidelijke vergankelijkheidsimplicaties. Ondanks het ontegenzeggelijk speelse karakter van deze schilderijen, lijkt Moreelse steeds te willen wijzen op de vergankelijkheid van de vrouwelijke schoonheid; bij de Vertumnus en Pomona benadrukt hij dit door de schoonheid van de jonge Pomona te laten contrasteren met de ouderdom van de vermanende Vertumnus.

« »

Versieren