Picasso, Pablo
Minotaurus buigend over een meisje, 1933
droge naald, 296 x 366 mm.
Tussen 17 mei en 18 juni 1933 maakte Picasso niet minder dan elf prenten rond het thema van de minotaurus. Het mythologische wezen, half mens, half stier, neemt in deze periode zo'n belangrijke plaats in omdat Picasso ook een zeer persoonlijke betekenis toekende aan het motief. Hevig verliefd op de veel jongere Marie-Thérèse Walter verbreekt Picasso uiteindelijk in 1934 zijn relatie met de Russische danseres Olga Koklova.
De minotaurus symboliseert voor Picasso de eigen begeerte, de niet te beheersen oerkracht die de nieuwe geliefde in hem opwekt. Alleen zij kan hem temmen, getuige deze prachtige prent waarin het woeste beest zich behoedzaam over het slapende meisje buigt en met een voorzichtig gebaar haar wang beroert. Het meisje ligt er onschuldig bij, niet wetend van hetgeen zich in werkelijkheid afspeelt. Zij wordt onbewust aangeraakt en bekeken. Of zij zich bewust van de situatie nog steeds zo rustig zou blijven liggen, valt te betwijfelen.
Het motief van de minotaurus neemt in Picasso's werk een belangrijke plaats in. Hij houdt zich hierbij echter geheel niet aan de klassieke traditie. Volgens deze was de minotaurus een monster, half mens, half stier, ontsproten uit de verbintenis van Pasiphaë, de vrouw van koning Minos van Kreta, en een witte stier. Deze geboorte was een wraakneming van Poseidon, die op verzoek van Minos een witte stier uit de zee had doen opstijgen, om de aanspraken van Minos op de heerschappij over Kreta te staven. In plaats van zich te houden aan zijn belofte, de stier aan Poseidon te offeren, lijft Minos het dier bij zijn kudde in. Om de minotaurus op te sluiten, laat Minos Daedalus het labyrinth bouwen, waar hij het monster als voedsel mensen voorwerpt. Eerst aan Theseus gelukt het, met hulp van Ariadne de minotau-rus te doden. In Picasso's etsen, tekeningen en schilderijen maakt de minotaurus deel uit van een volkomen nieuwe, door de kunstenaar geschapen fabelwereld.
«
»