Caberet Voltaire
Vlak na het uitbreken van
de Eerste Wereldoorlog ontvluchtte de Duitse schrijver en regisseur Hugo
Ball zijn vaderland. Zijn bestemming was Zwitserland, dat in de oorlog
geen partij had gekozen. Evenals vele andere politieke vluchtelingen vestigde
hij zich in Zürich en trachtte daar een inkomen te verwerven. Begin
1916 wist Hugo Ball de eigenaar van een café ervan te overtuigen
dat een door hem georganiseerd
literair cabaret de verkoop van bier en andere dranken sterk zou doen stijgen.
De caféhouder had er geen flauw idee van wat hem boven het hoofd
hing. Zijn café werd omgedoopt in 'Cabaret
Voltaire'.
De groep kunstenaars van
'Cabaret Voltaire' ging Dada heten.
Duchamp
In New York had een aantal
kunstenaars ongeveer
gelijktijdig met Dada dezelfde denkbeelden ontwikkeld.
Een van hen was de voormalige
cubistische
schilder Marcel Duchamp |
die
in 1915 vanuit Parijs naar de Verenigde Staten was getrokken. Hij was al
jaren sterk gekant tegen de traditionele beeldende kunst en tegen de kunsthandelaren
die ermee speculeerden. Vanaf 1913 kwam hij met zijn zogenaamde 'ready-mades'.
In 1921 ging Duchamp weer in Parijs wonen, net te laat om de hoogtepunten
van Dada in deze stad nog mee te maken. Onder leiding van de dichter André
Breton en Tristan Tzara, een Roemeen
die ook in Zürich al een vooraanstaande rol had gespeeld, in
1920 verschillende activiteiten georganiseerd die heftige reacties opriepen.
Acties
Op 23 januari, 1921 werd
het publiek, dat verwachtte een literaire avond te bezoeken, geconfronteerd
met dadaïstische provocaties. Picabia,
een vriend van Duchamp, toonde diens 'L.H.O.O.Q.',
terwijl hij met krijt het ene kunstwerk na het andere tekende, om het vervolgens
demonstratief met een spons weer weg te vegen. De
boodschap was duidelijk: het moest maar eens afgelopen zijn met die verering
van de kunst. Tenslotte droeg Tristan Tzara
een rede voor die recentelijk in het Huis van Afgevaardigden door een |
politicus
was uitgesproken. Achter de coulissen werd door de dadaïsten zo hard
met allerlei klokken geluid, dat de tekst amper te verstaan was. Dit ging
de bezoekers te ver. Dat alles wat
hun heilig was op deze manier
belachelijk werd gemaakt, voelden zij als een persoonlijke belediging.
En dat was nu precies de bedoeling van de dadaïsten
Dada Dood
Dat zelfde jaar volgden
nog diverse soortgelijke acties, maar op den duur vonden verschillende
dadaïsten dat zij hun koers moesten wijzigen, onder hen was André
Breton. Hij wilde in 1922 een congres organiseren, waarvoor vertegenwoordigers
van diverse richtingen zouden worden uitgenodigd om er hun visie toe te
lichten. Centraal thema zou het begrip 'modern' zijn. Tristan Tzara was
het volstrekt oneens met deze serieuze opzet. Het congres moest volgens
hem worden gedomineerd door dadaïstische anti-kunstacties. Er ontstond
een breuk tussen beide Dada-gangmakers en Dada in Parijs bloedde dood. |