Communisme
Omstreeks 1925 was Breton
tot het inzicht gekomen dat de ware bevrijding van de mensheid alleen
mogelijk was na de revolutie van het proletariaat. Hij riep alle
surrealisten op lid te worden van de communistische partij, maar de
meesten weigerden op die manier met politiek bezig te zijn. Vanaf
dat moment waren er talloze grote en kleine conflicten. Kunstenaars
die weigerden toe te treden tot de communistische partij kregen er
flink van langs. In heftige bewoordingen ging Breton in surrealistische
publicaties tegen hun verrichtingen tekeer. De meeste ruzies waren
echter van korte duur. Werden bijvoorbeeld
Ernst en Miro in het ene tijdschriftartikel
verketterd, in het volgende nummer vormden hun werk aanleiding voor
uitgebreide loftuitingen.
Breton en zijn groep kozen voor een maatschappijmodel
zoals het zich in de jonge Sovjetrepubliek ontwikkelde. Levensbeschouwelijke
en artistieke opvattingen moesten gekoppeld worden aan een doeltreffend
sociaal-economisch systeem dat grondig met de bestaande maatschappelijke
structuren afrekende. Begrippen als gezin, vaderland en godsdienst moesten
worden vernietigd. |
Uitsluiting
Deze nieuwe oriëntering gaf binnen de groep aanleiding
tot verwoede discussies en ruzies. De uitsluiting van bepaalde leden zoals
Desnos, Vitrac, Masson, e.a. werd bekrachtigd
en in het tweede manifest werd grondig met hen afgerekend.Op hun beurt
reageerden de 'dissidenten' met een heftig en grof pamflet 'Un
Cadavre'. Ondertussen voegden zich nieuwe leden bij de groep:
Salvador Dali, René Char, Paul Nougé,
René Magritte, Alberto Giacometti,
en Louis Bunuel.
Een
nieuw tijdschrift verscheen in 1930 met een naam die aan duidelijkheid
niets te wensen overliet: 'Le Surréalisme au service de la Révolution'
('Het Surrealisme in dienst van de Revolutie').
Breuk
Al vrij snel echter bleken de opvattingen van Breton
over de functie van kunst niet te stroken met de visie van de communistische
partij. Hij vond de idee dat kunstenaars hun werk ten dienste moesten stellen
van de politieke |
zaak geheel achterhaald. Kunst
moest vrij zijn en hoefde in zijn ogen geen sociaal onderwerp te hebben.
Evenmin was het nodig dat de kunst propaganda-doeleinden diende. Als de
kunstenaar maar revolutionair dacht, was dat naar zijn mening voldoende.
Toen de surrealisten zich in 1933 kritisch uitlieten
over het schrikbewind van Stalin, de opvolger van Lenin, werden zij uit
de partij gestoten.
In de bundel teksten: 'Position politique du surréalisme'
rekende Breton definitief af met de communistische partij.
Trotski
De politieke voorkeur van Breton ging daarna uit naar
Trotski,
de tegenstander van Stalin, met wie hij ook persoonlijk van gedachten wisselde
tijdens een verblijf in Mexico. Samen stelden zij een manifest op: 'Pour
un art révolutionaire indépendant'.
Op politiek en sociaal vlak heeft het Parijse surrealisme
geen eigen weg gevonden, mogelijk omdat het een paradox heeft gewild: ongebonden
vrij-zijn en toch samen-leven. |