Terug naar het beginschermNaar Dadahet ontstaan van het surrealismeSurrealisme en de politiekAspecten van het surrealismegedichten van surrealisten en dadaistenNaar de biografieenKunstwerken van surrealisten en dadaistenTerug naar de onderwijs pagina

Het eerste manifest

Met het "Manifeste du surrealisme" (het zgn. "eerste manifest") geschreven door André Breton kreeg de beweging in 1924 gestalte in een groep die de schrijvers Aragon, Artaud, Breton, Crevel, Desnos, Eluard, Leiris, Pérét en Soupault omvatte.

Beeldende kunstenaars zoals Ernst, Duchamp, Picabia en Man Ray behoorden eveneens tot de groep, maar ondertekenden het manifest niet.

Het manifest was in feite één grote oproep tot absolute vrijheid voor de menselijke geest. Die oproep beperkte zich niet tot een eng artistieke of literaire problematiek, maar wilde alle aspecten van het leven, van het menselijk bestaan omvatten. Kortom, het wilde de totale bevrijding van de mens als individu. Breton gaf in dit manifest een definitie van wat hij onder 'surrealisme' verstond

Terwijl in de eerste definitie een methode wordt voorgesteld om het functioneren van het werkelijke denken uit te kunnen drukken en dit zodoende te leren kennen, wordt in de tweede definitie een soort geloofsverklaring afgelegd, waaruit blijkt dat het surrealisme grote verwachtingen had van het gebied dat geëxplodeerd werd: de droom en een bepaalde wijze van associëren. Het verwachtte zelfs via dit onderzoek de essentiële levensproblemen op te kunnen lossen.

Breton gaf een aantal methodes, sleutels aan om het surrealisme te verwezenlijken:

  • - de 'écriture automatique', het 'automatisch schrift'
  • - het systematisch exploreren van het onderbewuste, van dromen en van zwarte humor;
  • - het uitbuiten van het toeval (de hasard objectif): het toeval brengt inderdaad, via spontaan opwellende beelden, de langs irrationele weg opgeroepen associaties tussen twee verschillende werelden teweeg.