1. Woorden in beelden

Frans Vueechs, Stadspijperarmband
Frans Vueechs
Stadspijperarmband, 1530 of later
's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum


Art Joedens, Blokmeesterschildje
Art Joedens
Blokmeesterschildje, 1547
's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum


De maatschappij waar Jheronimus Bosch in opgroeide was sterk visueel ingesteld. Dat moest ook wel want veel mensen konden niet lezen of schrijven. Daarom werden beeldverhalen geschilderd, die je kunt vergelijken met een stripverhaal. Beelden werden naast elkaar geplaatst en vormden zo een verhaal. Een verschil met een stripverhaal is dat deze beeldverhalen ook gebruik maakten van één beeld waarin meerdere verhalen verteld werden. Door gebruik te maken van voorgrond, midden en achtergrond werd onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van het verhaal. Door kleine en grotere figuren te schilderen werd aangegeven wie de hoofdpersoon was (groot) en wie de mensen met een bijrolletje (kleiner). De horizon lag hoog waardoor er veel in het schilderij verteld kon worden.



Door woord- en beeldspelletjes of rebustekeningen konden analfabeten toch begrijpen wat er verteld werd. De stad 's-Hertogenbosch werd bijvoorbeeld door een zilversmid op een zegelstempel uitgebeeld als rebus: 'de hertog die rust in zijn bos' (bekijk lob 4 nr. 4.11) en stadsmuzikanten droegen in hun fluwelen banden de beelden: 's hart ogen bossche' (bekijk lob 4 nr. 4.8).

Vraag 1a,
Bekijk het blokmeesterschildje van Aert Joedens en leg uit wat hier is uitgebeeld en wat er mee wordt bedoeld.

Vraag 1b,
Maak van je eigen woonplaats een rebustekening of beeldspel.
Ontleed de naam van je woonplaats en teken vervolgens de woord(en) die je hebt ontleed. Je kan dit in verschillende beelden doen of in één tekening.
Ontleding van je woonplaats (indien mogelijk):
Tekening van de rebus:



Welkom in de wereld van Jheronimus Bosch