Salvador Dali,
Venus van Milo met laden, 1936/1964
brons en bont, 98 x 32,5 x 34 cm
Salvador Dali beriep zich graag op de theorieën
van Sigmund Freud om zijn fascinatie met de menselijke passies bij te zetten.
In 1934 duikt het ladenmotief voor het eerst op in zijn werk. Het is een allegorie
op de psychoanalyse, die zich wijdt aan het 'openen van geheime laden waaruit
narcistische geuren opstijgen'. In 1936 tooit Dali een gips van de klassieke Venus
van Milo met een aantal, van donzige knoppen voorziene laden. Deze versie wordt
in 1964 gevolgd door een uitvoering in brons. Behalve een ironische commentaar
op de eeuwige schoonheid van het beeld, behelsde de ingreep ook een aanval op
de heersende moraal. 'Men zou laden moeten plaatsen in een weelderig lichaam dat
de Christelijke uitvinding van de gewetenswroeging nog niet heeft gekend. Dit
beeld zou ons moeten genezen van de psychoanalyse.'