Drebbel, Cornelis
De Sterrenkunde, 1596
gravure, 158 x 127 mm
In een reeks van zeven allegorische prenten beeldt
Cornelis Drebbel de vrije kunsten als vrouwen af. Op deze gravure wordt de astronomie
gesymboliseerd door een vrouw, die naar boven kijkt. Om haar nek heeft ze een
ketting met de zon en de maan en in haar hand een astrolabium, een astronomisch
meetinstrument. Tussen haar knieën is een grote hemelglobe te zien met daarop
tekens uit de dierenriem. Achter haar zit een oude man naar de sterren te kijken.
De twee zitten in een kamer met allerlei boeken, waardoor we kunnen zien dat het
om een geleerden gaat. De zeven vrije kunsten vormen een begrip dat reeds bij
de klassieke filosofen voorkomt. In tegenstelling tot de dienstbare kunsten, de
ambachten, die door slaven werden uitgevoerd, werden de vrije kunsten bestudeerd
en uitgeoefend door geleerden. Naast de astronomie behoorden ook de grammatica,
de retorica, de arithmetica, de geometrie en de muziek tot de vrije kunsten. Het
afbeelden van de vrije kunsten als allegorische vrouwenfiguren was vooral in de
16de eeuw populair. Deze prent is daar dan ook een goed voorbeeld van.