Schoonhoven, Jan
Relief R69-41, 1969
karton, 104 x 104 cm
Het uitgangspunt voor Schoonhoven is dat de kunstenaar geen persoonlijk gevoel moet uitdrukken. Het onpersoonlijke en objectieve werd als ideaal gesteld. Hij realiseerde deze opvatting door elementaire vormen in rijen naast en onder elkaar te plaatsen. Vaak ook liet hij zijn reliëfs door anderen uitvoeren, waardoor het onpersoonlijke van zijn kunstwerk nog meer benadrukt werd.
Schoonhovens reliëfs zijn met witte verf bestreken, maar dat maakt ze nog niet tot schilderijen. Wel speelt het licht als fundamenteel schilderkunstig principe een belangrijke rol in zijn werken. De gelijkvormige, ondiepe vlakjes tonen alle mogelijke contrasten van licht en schaduw. Op dit reliëf zijn de lichteffecten duidelijk te zien. Zo vangen de randen van de vlakjes afwisselend veel en weinig licht. Het ritme van de opeenvolging van vlakjes wordt versterkt door het ritme van het licht.
«
»