Landschap
De landschapschilderkunst kwam in de Hollandse Gouden Eeuw vooral tot bloei door de invloed van de 16de-eeuwse Vlaamse landschapschilders. Sterk beïnvloed door het werk van Pieter Bruegel de Oude, ontwikkelden zij het zogenaamde maniëristische landschap. Dit is een landschap dat wordt gekenmerkt door fantastische rotspartijen, met daarin vaak nog bijbelse scènes.
In de 19de eeuw beleefde de landschapschilderkunst een nieuwe bloeiperiode. Veel kunstenaars kozen de natuur in al haar wisselende gedaanten tot onderwerp. Eerst werden de composities nog in het atelier samengesteld aan de hand van schetsen. Later werd het landschap ook direct in de buitenlucht 'geportretteerd', de zogenaamde 'plein-air' schilderkunst.