Maniërisme
Met Maniërisme wordt de periode 1530-1600, dat wil zeggen de tijd tussen de
Renaissance en de Barok, aangeduid.
Men onderscheidt hier een van beide genoemde
tijdperken afwijkende stijl, die veelal negatief wordt beschouwd als gekunsteld. Voor het
gebied ten noorden van de Alpen wordt de term gebruikt voor kunstenaars die
Renaissance-elementen in hun kunst verwerkten. De Haarlemse Maniëristen, zoals
Hendrick Goltzius (1558-1617) en
Karel van Mander (1548-1606), vormen hier een duidelijk
voorbeeld van. Verworvenheden van de Italiaanse kunst waren een belangrijke elementen
in hun oeuvre. Maar in het Maniërisme domineerden gekunstelde houdingen en enigszins
overdreven proporties.
Zie ook: KCV/CKV project 'Helden en Goden'