Renaissance
De term betekent letterlijk wedergeboorte. De stijl kenmerkt zich door een herleving van
de belangstelling voor de klassieke kunst. Daaruit komt het gebruik van klassieke
motieven, decoratie- en bouwvormen, de verzelfstandiging van de beeldhouwkunst, die
niet langer afhankelijk was van de architectuur en de belangstelling voor de menselijke
figuur voort. Italië wordt beschouwd als de bakermat van deze stijl.
Men onderscheidt verschillende periodes; zo wordt het tijdperk 1420 tot 1500 aangeduid als de vroeg-
Renaissance, de tijd tussen 1500 en 1530 als de hoog-Renaissance en de jaren tussen 1530
en 1600 als het Maniërisme.
Vanuit Italië verspreidde de stijl zich over heel Europa, maar ieder land gaf haar eigen
lokale gezicht aan de Renaissance. Men spreekt dan ook wel van Franse, Nederlandse,
Duitse, enz. Renaissance.
Zie ook: KCV/CKV project 'Helden en Goden'