Allegorie: Een allegorie is een voorstelling van een abstract begrip. Het begrip moet dan door middel van een (zinne)beeld of teken zichtbaar gemaakt worden. Het voornaamste middel daartoe is de personificatie; d.w.z. een menselijke figuur die met behulp van attributen als zinnebeeld van een begrip (moed, kracht, voorzichtigheid, e.d.) kan dienen.
Altaarstuk: Kunstwerk uit een of meerdere delen met voorstellingen uit de Bijbel dat geplaatst is op of boven een altaar in een kapel of een kerk. Een altaarstuk kan bestaan uit een schilderij, een beeldhouwwerk of een combinatie van beiden.
Aquarel: Een aquarel is een directe schildering uitgevoerd in een snel drogende waterverf, vaak op bevochtigd papier. De 'natte' techniek is gebaseerd op snel reageren en op kort maar geconcentreerd werken.
Arabesk: Versieringsmotief, bestaande uit gestyleerde spiralende plantenranken (meestal acanthus), waarin vaak figurale motieven zoals maskers, putti, saters en zeemonsters zijn opgenomen.
Arcade: Een reeks bogen, rustend op zuilen of pijlers; als onderdeel
van architectuur of als decoratie-motief.
Attribuut: Attribuut is een term uit de iconografie. Door een afgebeelde
figuur van een attribuut, een bepaald voorwerp te voorzien, kan deze herkend
worden. Zo hebben heiligen vaak het martelwerktuig bij zich, waarmee ze ter dood
zijn gebracht, en draagt de zeegod Neptunus altijd zijn drietand.
Autodidact: Een autodidact is iemand die zich door zelfstudie geschoold heeft in een bepaald vak.
Calligrafie: Schoonschrijfkunst; een fraai geschreven stuk.
Cartouche: Een cartouche was oorspronkelijk een eenvoudig schild, waarop
een tekst werd aangebracht. De omlijsting van dit schild werd in de Zuidelijke
Nederlanden steeds rijker versierd. Ook werden later twee schilden op elkaar
geplaatst, waarvan de randornamenten door elkaar werden gevlochten en waarbij
verder draperieën, bloemenkransen, enz. werden gebruikt ter verdere versiering.
De cartouche was in de 16de eeuw een geliefd en wijd verbreid decoratiemotief.
Clair-obscur is Frans voor licht-donker. Men gebruikt de term om een
methode mee aan te duiden waarbij de vorm voornamelijk door het gebruik van licht
en schaduw wordt gesuggereerd. Dit kan het driedimensionale karakter van een
voorstelling accentueren of de aandacht op bepaalde figuren of elementen vestigen.
Clair-obscur wordt ook wel chiaroscuro genoemd.
Cliché:
- drukplaat waarop het negatief beeld van iets is aangebracht. zodat daarvan
afdrukken kunnen worden gemaakt.
- gemeenplaats, of te veel gebruikte en daardoor versleten, afgezaagde uitdrukking
Cliché-beeld: Een telkens overgenomen, altijd weer gebruikte en daardoor
versleten, niet meer 'sprekende' voorstelling.
Complementaire kleuren: Kleuren die in een kleurencirkel tegenover elkaar liggen en elkaars werking optimaal versterken.
Compositie: Compositie is een aanduiding voor de rangschikking,
de geordende samenstelling van beeldelementen als lijn, vorm en kleur
in een kunstwerk.
Daarnaast wordt de term ook gebruikt om een abstracte voorstelling
aan te duiden.
Contour: Omtrek of omtreklijn
Contrapost: Contrapost of contraposto is een typische houding van het menselijk lichaam. De suggestie wordt gewekt dat het model ontspannen en natuurlijk staat. De figuur steunt op een gestrekt been, terwijl het andere been gebogen is (Stand und Spielbein). Daardoor ontstaat een lichte buiging in de vorm van een S-lijn in de wervelkolom. De schouders en het bekken nemen een houding in tegengestelde richting aan.
Festoen: Decoratieve elementen van doorhangende, naar het midden breder wordende slingers van planten of ooft; ze worden soms door putti opgehouden.
Folly: Het Engelse woord folly is via het Frans afgeleid van het Latijnse woord folia dat gebladerte betekent. In de loop van de tijd is de betekenis verschoven van 'takkehut' naar dwaas, nutteloos bouwsel.
Fond: Achtergrond van een plat vlak.
Fotomontage is een collage waarvoor foto's en/of fotofragmenten zijn gebruikt.
Fresco is een aanduiding voor een muurschildering op natte kalk. Op een muur wordt over een houtskooltekening een laag verse kalk aangebracht. Terwijl deze laag droogt, wordt deze met in kalk en later in water opgeloste pigmenten beschilderd. Deze 'verf' gaat een chemische verbinding aan met de drogende kalklaag, waardoor een duurzame wandschildering ontstaat.
Genreschilderkunst: Schilderkunst die zich bezighoudt met de voorstelling van taferelen uit het dagelijks leven.
Gilde: Een gilde is een vereniging van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf, als meesters uitoefenen. Het gilde stelde allerlei bepalingen vast en zorgde voor bescherming van het ambacht. Gedurende de middeleeuwen, renaissance en barok waren schilders, glasschrijvers, beeldhouwers en vervaardigers van toegepaste kunsten verenigd in het Sint Lucasgilde. De heilige Lucas was hun schutspatroon; deze zou volgens overlevering Maria met het Christuskind hebben geportretteerd.
Glas-in-lood raam: (1) Raam waarin een groot aantal, in loden strips gevatte, meestal gekleurde ruitjes is aangebracht; (2) Gebrandschilderd raam.
Gravure: Bij een gravure tekent de graveur rechtstreeks op de metalen ondergrond. Hiervoor gebruikt hij een burijn, een driezijdig aan het einde afgeschuind instrument. Door de hardheid van het materiaal (koper of staal) kenmerkt de gravure zich door haar ietwat hoekig karakter. Net als de ets is de gravure een voorbeeld van diepdruk.
Grisaille: Grisailles zijn illusionistische, in witte en grijze tinten geschilderde voorstellingen. Ze zijn nauwelijks van stucwerk te onderscheiden en worden ook wel 'witjes' (en soms 'grauwtjes') genoemd.
Historieschilderkunst: Met deze term worden schilderijen aangeduid,
die taferelen uit de klassieke en moderne geschiedenis, de bijbel of de
klassieke mythologie uitbeelden. De kunstenaar die dergelijke werken vervaardigde
werd historieschilder genoemd. Het specialisme stond in hoog aanzien, omdat
de kunstenaar weet moest hebben van dergelijke verhalen en dus goed opgeleid
was. Van groot belang was daarbij de 'inventie', het idee dat ten grondslag
lag aan het historiestuk. Vaak werden morele lessen middels zulke schilderijen
aan een specifiek publiek overgebracht. Men sprak dan ook wel van 'pictor
doctus' ofwel de geleerde schilder. Dit in tegenstelling tot de 'pictor
vulgaris' (de gewone schilder) die slechts het zichtbare nabootste.
Zie ook: KCV/CKV project 'Helden en Goden'
Kader: Omlijsting of omlijning.
Karikatuur: Afbeelding die door overdrijving of vergroting van een aantal kenmerkende vormen, trekken of eigenschappen iets of iemand belachelijk maakt of bespot.
Keramiek: (of ceramiek) de techniek en de kunst van de vervaardiging van aardewerk, porselein, enz.
Kunstnijverheid: Nijverheid waarmee kunst gepaard gaat, die zich het vervaardigen van fraaie gebruiksvoorwerpen ten doel stelt.
Motief: (1) Onderwerp dat, of een van de onderwerpen die in een kunstwerk worden uitgewerkt; (2) Vorm, figuur die zich op regelmatige wijze herhaalt.
Mozaïek: Een werk van steentjes of stukjes glas, bestaande uit een groot aantal kleine, veschillend gekleurde, ingelegde stukjes, die met elkaar een beeld of figuur vormen.
Mythologie heeft betrekking op mythen. Mythen zijn oude volksoverleveringen, waarin goden of groepen van goden ingrijpen in het dagelijks leven. Vooral de Griekse godenverhalen zijn van groot belang als bron voor de beeldende kunst.
Papier maché: Letterlijk: gekauwd papier. Het is een samenstelling van papierafval/snippers en lijm (gom en evt. gips) die gebruikt wordt voor het vervaardigen van een vorm of model. Duurzamer is het indien het in geoliede vorm wordt samengeperst en onder hoge temperatuur gedroogd.
Pastel: Een pastel is een met kleurkrijt vervaardigd kunstwerk. De pastel kenmerkt zich door zachte kleuren en tere overgangen tussen de verschillende kleuren.
Performance: Het Engelse begrip 'performance' speelt sinds ca. 1970
een rol in de kunst. Tijdens een performance, een optreden, geeft de kunstenaar
met zijn eigen lichaam uiting aan een idee of activiteit. Deze optredens stellen
de kunstenaar in de gelegenheid te exposeren, waar en wanneer hij maar wil.
Perspectief: Standpunt, oogpunt Het (wetenschappelijk) perspectief is
een op de wiskunde gebaseerd systeem, waardoor het mogelijk is om voorwerpen
en figuren op een plat vlak zodanig weer te geven dat zij driedimensionaal lijken
te zijn en waarmee ruimte en diepte wordt gesuggereerd. De eerste die regels
voor het wetenschappelijk perspectief opstelde, was de Italiaanse kunstenaar
en theoreticus Leon Battista Alberti (1407-1472). In het boek Perspective … (1604)
beschreef Hans Vredeman de Vries (1572-vóór 1609) voor het eerst in de Nederlanden
de grondregels van het wetenschappelijk perspectief. Tevens diende dit werk als
een voorbeeldboek, een staalkaart van aan de klassieke oudheid ontleende elementen.
Piëta of Bewening: Afbeelding van de treurende Maria met de dode Christus op haar schoot. In ruimere zin de scène waarin het lichaam van Christus na de Kruisafname wordt omringd door rouwenden.
Plamuurlaag: Grondlaag van gips of krijt, vermengd met een dierlijke lijm voor het verkrijgen van een zo effen mogelijke en goed hechtende ondergrond voor de schildering.
Plein-air is de Franse aanduiding van open lucht. Het schilderen in de open lucht vond plaats vanaf omstreeks 1860. Het waren de schilders van de School van Barbizon en de Impressionisten die zich van deze nieuwe toepassing bedienden. Het buitenschilderen werd vergemakkelijkt door het gebruik van de lichte veldezel en van tubes olieverf. Verftubes kwamen vanaf omstreeks 1850 beschikbaar, waardoor de kant en klare verf goed houdbaar bleef.
Polyptiek: Veelluik; altaarstuk dat uit meer dan drie delen bestaat.
Ponsfiguur: In metaal (bladgoud) gedrukte of gedreven versieringsmotief, waardoor een gat ontstaat en de eventueel onderliggende laag zichtbaar wordt.
Prefab: Van het Engelse prefabricated; voorgefabriceerd, van te voren gemaakt of samengesteld.
Pyloon: Een pyloon is een hoge constructie die dient om iets te steunen.
Ready mades zijn gebruiksvoorwerpen, die door de kunstenaar uit hun dagelijkse, functionele context worden gehaald en tot kunstwerk worden verheven. De eerste die dergelijke werken schiep, was Marcel Duchamp. Zijn bekendste 'ready made' was een urinoir dat hij met de titel Fontein inzond naar een tentoonstelling.
Reliëf is een twee-dimensionale vorm van (beeldhouw)kunst. Er bestaan twee vormen: men kan de voorstelling in het oppervlak van het materiaal maken (Bas-reliëf) of men kan het materiaal dusdanig bewerken dat de voorstelling als het ware op het oppervlak komt te liggen (Haut-reliëf).
Reproductie of repro (in de vorm van een kaart, foto, affiche, beeldje, enz.) is
geen origineel kunstwerk. Grafische reproducties worden meestal in offset
en in een grote oplage gedrukt.
Sculptuur: of beeldhouwkunst; snij- of beeldhouwwerk; plastische vorm.
Spotprent: Prent waardoor iets of iemand bespot wordt.
Still: Een still of film-still is een afdruk van een beeldje van een scene uit een film. Vaak worden film-stills in de filmkunst speciaal voor publicitaire doeleinden gemaakt.
Strip: Beeldverhaal in stroken van enige afbeeldingen naast elkaar, al dan niet voorzien van tekst.
Stucco of stuc is: (1) pleisterkalk, bestaande uit fijngemalen gips, kalk en water;
(2) ornamenten in de onder 1 genoemde stof uitgevoerd.
Toon: Tint, kleurschakering. Zo behoort de kleur rood in al haar nuances - van het lichtste roze tot het donkerste bordeauxrood - tot de kleurtoon rood.
Vergulden: Met bladgoud (of goudpoeder) bedekken; flinterdunne velletjes bladgoud worden met eiwit op de ondergrond geplakt